De tuin is opgebouwd in lagen, zoals een bosrand werkt: bodembedekkers, kruidlaag, heesters, kruinen. Varens vormen de basislaag, met bodembedekkers en klimop ertussen, zodat de bodem volledig gesloten is. Daarboven staan hortensia, herfstanemoon en najaarsbloeiers die in september en oktober nog kleur geven, precies wanneer de meeste tuinen uitgekeken raken. De structuur komt van gesnoeide buxuspiramides, kegels en bollen: zij zijn de leestekens in wat anders één groene massa zou zijn. De materialen blijven bewust bescheiden, want de beplanting speelt hier de hoofdrol. De paden liggen in gebakken klinkers en natuursteentegels, materialen die mos en patina verdragen in plaats van er slechter van te worden. Het oude bakstenen bijgebouw is behouden en als achtergrond in de aanleg opgenomen. Water zit er op twee schalen in: een waterpartij met begroeide rand, en een stenen trog met waterlelies als klein tweede waterpunt.