De hoge beukenhagen doen het zwaarste werk: ze verdelen het perceel in duidelijke delen en zorgen ervoor dat je nooit beide werelden tegelijk ziet. Beuk en haagbeuk zijn allebei geschikt voor de Kempense zandgrond en houden in de winter hun bruine blad vast, dus ook in januari heb je beschutting. De oprit ligt in gebakken kleiklinkers: hun kleur komt uit de klei zelf en niet uit pigment, dus ze verschieten niet en ze verouderen mooi. Om het vlak leesbaar te houden zijn er op regelmatige afstand grote blauwe hardsteen platen in het legverband ingewerkt. Die breken de eentonigheid, ze markeren de looplijn naar de voordeur en ze maken een materiaalverband met het achterterras, dat in dezelfde hardsteen ligt. Onder de oprit zit een volwaardige opbouw voor wagens: geotextiel, een verdichte steenslagfundering in lagen, een straatlaag en een gefundeerde kantopsluiting rondom. Boven het terras staan dakplatanen, die in de zomer een groen dak vormen en in de winter licht doorlaten. De natuurvijver achteraan heeft geen harde rand maar een zachte, begroeide oeverlijn, met oeverplanten, siergrassen en waterlelies.