Het meeste werk zit onder de grond. Voor een oprit reken je op een uitgraving van 35 tot 50 cm onder het afgewerkte peil, met geotextiel tegen vermenging van fijne gronddeeltjes, een steenslagfundering van 20 tot 30 cm die in lagen van maximaal 20 cm wordt aangebracht en per laag verdicht, en daarop een straatlaag. Elke verharding is afgeboord met een gefundeerde kantopsluiting, want zonder opsluiting schuift bestrating vroeg of laat uit elkaar, zeker waar geremd en gedraaid wordt. De klinkers zijn kleinformaat beton in 8 cm dikte, de dikte voor opritten, niet de 6 cm van een voetpad. De boom is niet weggehaald maar uitgespaard, met een cirkelmotief in contrasterende klinkerkleur eromheen: dat maakt de oprit visueel korter en zet de boom in het midden in plaats van in de weg. Een loopstrook in grootformaat blauwe hardsteen brengt je naar de voordeur, in hetzelfde materiaal als de dorpels en de deksteen van de waterpartij achteraan. Die ene materiaallijn houdt voor- en achtertuin samen. De gemetselde overkapping met ingewerkte zitbank is uitgevoerd in dezelfde rode gevelsteen als de woning.