We hebben de rechte lijn doorbroken met een gebogen wandelpad in grootformaat natuursteentegels, los gelegd in een split- en steenslagbed met open voegen. Regenwater infiltreert daardoor ter plaatse in plaats van naar de riolering te lopen, wat aansluit bij de gewestelijke hemelwaterverordening. Over de volle lengte van dat pad staat een houten pergola, want in een smalle tuin win je ruimte in de hoogte en niet in de breedte. De vijver is bewust klein gehouden en half onder een houten vlonderrand geschoven: hij neemt weinig plaats in, maar je passeert het water telkens van dichtbij. Voor een siervijver zonder vissen volstaat 60 tot 80 cm diepte. De beplanting draait rond twee elementen die elkaar afwisselen: gesnoeide bolvormen in vijf, zes maten en pollen siergras. De bollen dragen de winter, de grassen dragen de zomer en mogen tot in maart blijven staan. Daartussen staan meerstammige sierbomen, een treurvorm als blikvanger bij het zitje, rozen, Japanse esdoorn en klimplanten tegen pergola en schutting. Waar geen beplanting staat, sluiten split- en grindstroken de bodem.