Een zwemvijver bestaat uit twee zones met elk een eigen taak. De zwemzone is diep en heeft steile wanden, zodat er geen sediment blijft liggen en er geen planten in groeien: reken op 1,8 tot 2,2 m. De regeneratiezone is ondiep, ongeveer 20 tot 60 cm, en daar nemen de waterplanten de voedingsstoffen op. Fosfaat is de beperkende voedingsstof voor algen: hou dat laag en je water blijft helder, zonder chloor. In de regeneratiezone staat moerasbeplanting als riet, lisdodde en gele lis, de soorten die via hun wortelstelsel de biologische motor van de vijver vormen. Om het geheel toch geordend te houden is de zwemzone afgeboord met een strakke natuurstenen rand op waterpeil, met een onderwatertrap en stapstenen over het water. De vlonder ligt in vergrijsd hardhout op een geventileerd regelwerk, nooit rechtstreeks op de grond. Rondom delen geschoren haagblokken en leibomen de tuin in kamers, met daartussen borders vol drachtplanten: herfstanemoon, salie, hemelsleutel en grijsbladige vaste planten die elkaar oplossen van juni tot in oktober.